“Mijn dochtertje is 9 jaar. Ze haalt erg goede punten op school maar doet er weinig tot niets voor. Het gaat allemaal vanzelf. Ook leerstof die andere kinderen uit haar klas moeten leren voor een toets zoals W.O. wordt niet door haar bekeken en toch behaalt ze dan goede tot zeer goede punten. Mensen uit mijn omgeving vragen zich af waarom ik mij hierover zorgen maak. Ze behaalt toch mooie resultaten? Wat wil ik dan meer? Wel, ik maak me zorgen over hoe dat verder moet in de toekomst. Want ik merk dat wanneer ze af en toe wel eens een uitdaging voorgeschoteld krijgt ze deze zorgvuldig uit de weg gaat. Wat zal dat geven in het secundair of in het hoger onderwijs?”

De bovenstaande getuigenis van een ouder is uit het leven gegrepen. Regelmatig ontmoet ik ouders van cognitief begaafde kinderen die terecht bezorgd zijn dat hun kind niet eens wil beginnen aan iets wanneer de kans bestaat dat het misschien wel eens zou kunnen mislukken. Een dergelijke houding beperkt zich zeker niet altijd tot “schools” leren. Deze kinderen vinden het bijvoorbeeld ook vaak verschrikkelijk om naar de zwemles te gaan of te leren fietsen. Ze willen immers iets meteen kunnen zonder daarvoor te oefenen en dat is bij dergelijke activiteiten vaak niet het geval. Of bij het spelen zien we dat deze kinderen liever nog eens die puzzel van 100 stukken maken die ze blindelings kunnen leggen in plaats van die nieuwe puzzel van 150 stukken waarvan ze niet zeker weten of ze die wel zullen kunnen maken.

Indien je je kind in de bovenstaande beschrijving meent te herkennen, is de kans reëel dat hij of zij worstelt met een fixed mindset. Deze term werd ontwikkeld door psychologe Carol Dweck. Zij doet al jarenlang onderzoek naar motivatie en merkte dat kinderen op verschillende manieren kunnen reageren op uitdagende oefeningen en kwam na veel onderzoek tot de bevinding dat iemand, afhankelijk van diens overtuigingen, eerder handelt volgens een fixed mindset of volgens een growth mindset.

Personen met een growth mindset zijn ervan overtuigd dat ze altijd intelligenter en beter in iets kunnen worden en dat het vanzelfsprekend is dat ze zich hiervoor moeten inspannen. Falen hoort volgens hun ook gewoon bij een normaal leerproces en is volgens deze personen ook nuttig omdat ze hieruit kunnen leren hoe ze het in de toekomst op een meer succesvolle manier kunnen aanpakken. Personen die het beter dan hun doen, zien ze als een bron van inspiratie. Door hun strategieën en werkwijzen te observeren, kunnen zij immers van deze mensen bijleren en zelf ook weer een stukje groeien. Personen met een fixed mindset, daarentegen, kijken anders aan tegen intelligentie en leren. Zij zijn ervan overtuigd dat hun intelligentie en eventuele andere talenten aangeboren en vrij onveranderbaar zijn. Het verrichten van inspanningen is volgens hun dan ook vooral een bewijs dat ze niet intelligent zijn of niet over een ander talent beschikken. Falen wordt door hun gezien als een teken dat ze weinig aanleg hebben voor een bepaalde vaardigheid of dat ze dom zijn. Wanneer iemand beter dan hun presteert, vinden ze dat vervelend want volgens hun overtuiging betekent dit dat deze persoon een hoger IQ heeft meegekregen van moeder natuur of gewoon ergens meer getalenteerd in is. Vermits deze zaken toch onveranderbaar zijn, valt er van hun ook niets te leren.

Afhankelijk van welke overtuiging iemand heeft (fixed of growth mindset) zal dit na verloop van tijd tot uiting komen op sommige vlakken. Personen met een growth mindset staan stil bij hun fouten en proberen hieruit te leren, waardoor ze na verloop van tijd ook meer bijleren en ook op een meer diepgaande manier zullen leren. Wanneer je overtuigingen echter meer samenhangen met een fixed mindset, zal je ook minder uit je fouten leren en zo ook minder diepgaand bijleren. Ook op vlak van prestaties zijn er na verloop van tijd verschillen te zien tussen beide groepen. Personen met een fixed mindset proberen namelijk altijd een stapje extra te groeien omdat ze geloven in die groei. Maar bij de groep personen met een fixed mindset bestaat de kans dat ze na verloop van tijd hun potentieel niet ten volle ontwikkelen omdat ze minder gebruik maken van leerkansen.

De concepten fixed en growth mindset zijn van toepassing op iedereen: het staat los van IQ of leeftijd. Bij kinderen met een hoog IQ schuilt er volgens mij echter een verhoogd risico op de ontwikkeling van een fixed mindset. Waarom?

  • Kinderen met een hoog IQ kunnen de standaard leerstof op school veel te gemakkelijk aan. Een groot gedeelte van de leerstof hebben ze vaak al onder de knie voordat het op school aan bod is gekomen. Terwijl andere kinderen dagelijks op school worden uitgedaagd en zich moeten inspannen om zich de leerstof eigen te maken, krijgen kinderen die op cognitief vlak voorlopen deze kans veel minder vaak. Daardoor is het risico groter dan bij normaal begaafde kinderen dat ze niet leren dat inspanningen horen bij een normaal leerproces en dat ze na verloop van tijd denken dat wanneer ze ergens hard voor moeten werken dit betekent dat ze er weinig aanleg voor hebben.
  • Verder krijgen deze kinderen zeer vaak te horen dat ze slim zijn: van grootouders, ouders, tantes maar zeker niet te vergeten leerkrachten en klasgenoten. In de term “slim zijn” ligt eigenlijk ook verscholen dat het een eigenschap is die onveranderlijk is.

Wat kunnen we hieraan doen?

  • Op school is het erg belangrijk dat cognitief begaafde leerlingen  een aangepast curriculum krijgen. Wanneer leerstof voldoende gecompacteerd wordt en er in de vrijgekomen tijd verrijking wordt aangeboden, krijgen ook deze leerlingen de kans om de link tussen inspanningen en prestaties te leggen wat kan bijdragen tot overtuigingen die meer passen bij een growth mindset. Je kan deze link ook leren leggen buiten school. Sommige sporten of hobby’s lenen zich hier goed toe: vooral die activiteiten waar langdurige inspanningen en het verwerven van bepaalde strategieën tot succes leiden, lenen zich hiertoe. Ik denk bijvoorbeeld aan judo (of andere gevechtssporten), schoonspringen, een muziekinstrument leren bespelen, circustechnieken … Vanzelfsprekend is het belangrijk dat je kind ook zelf geïnteresseerd is in deze hobby, anders is het weinig zinvol.
  • Ook de manier waarop we feedback geven aan deze kinderen (en eigenlijk aan ieder kind of volwassene) is belangrijk. Uit onderzoek is bekend dat feedback die gericht is op de persoon zelf een fixed mindset zal uitlokken, terwijl feedback gericht op het (leer)proces juist een growth mindset zal stimuleren. Indien je een growth mindset wil stimuleren zeg je als ouder of leerkracht bij goede resultaten dus best niet: “Wat ben je een rekenwonder” of “Jij bent echt super slim!”. In plaats daarvan vraag je beter wat hij of zij heeft gedaan om tot zo een resultaat te komen. Op die manier richt je je op de gebruikte strategieën wat behoort tot het proces. Ook kan je de leerling complimenteren over zijn gemaakte inspanningen door bijvoorbeeld te zeggen: “Wauw, je hebt echt hard gewerkt!” (maar wees dan ook wel zeker dat de leerling er hard voor heeft gewerkt). Bij minder goede resultaten is het belangrijk om te benadrukken dat fouten ook leerzaam kunnen zijn. Door samen na te gaan wat er mis liep (gebrek aan inspanningen, verkeerde strategieën) kan het kind bijleren van zijn fouten.
  • Richt je als ouder of leerkracht op groei binnen het kind: je vergelijkt resultaten van een kind best niet met die van anderen. Het is gezonder om je te richten op de evolutie van jouw kind. Wanneer je kind bijvoorbeeld een AVI-niveau stijgt met lezen is dit zeer goed nieuws ook al is dit AVI-niveau in vergelijking met andere leerlingen uit zijn klas aan de lage kant.
  • Creëer als ouder of leerkracht een veilig klimaat waarin het ook werkelijk toegelaten is om fouten te maken. Je moet dit als ouder of leerkracht ook zelf echt geloven. Wanneer je zelf over overtuigingen beschikt die eerder horen bij een fixed mindset maar via woorden laat doorschemeren dat jouw overtuigingen eerder passen bij een growth mindset, dan zal dit niet veel indruk maken. Kinderen zullen dit aanvoelen en het zal niet werken. Daarom kan het nuttig zijn om als ouder of leerkracht zelf eens bij je eigen overtuigingen stil te staan. Het positieve is dat een fixed mindset kan worden omgebogen naar een growth mindset! Hiervoor zal je wel zelf bereid moeten zijn om uit je comfortzone te treden.
  • Ook psycho-educatie over de werking van ons brein (hoe leren we?) kan helpen om meer groeigedachten bij je kind tot stand te brengen. Het boekje help ik word slim van Gerjanne Dirksen kan je hierbij helpen.
  • Wanneer je merkt dat je kind veel fixed gedachten heeft die groei in de weg staan, kan je hem of haar helpen om deze gedachten om te buigen naar meer helpende groeigedachten. Wanneer je kind bijvoorbeeld zegt: “Ik kan dat niet”, kan jij hem of haar corrigeren door te zeggen: “Inderdaad, je kan dit nog niet, daarom ga je het leren.”.

Heb je zin om meer te lezen over het wetenschappelijk onderzoek dat Carol Dweck omtrent mindset heeft uitgevoerd? Dan raad ik je zeker dit artikel van eduratio aan!

Ook volgende boeken behandelen het onderwerp mindset en kan ik jullie aanbevelen:

Hopelijk heb je na het lezen van dit artikel een idee hoe je aan de slag kan om de zaadjes van een growth mindset te laten ontkiemen bij je kind. Wanneer je echter denkt dat je hierbij hulp nodig hebt, kan je contact opnemen met VOLUIT. Via een individueel begeleidingstraject kan je kind op weg geholpen worden bij de ontwikkeling van een groeimindset. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van het werkboek van Fixie en Growie. In dit traject wordt er o.a. aandacht besteed aan psycho-educatie over de werking van ons brein en wordt ook  aangeleerd hoe ze niet helpende (fixed) gedachten kunnen omvormen naar helpende (groei) gedachten.

Pin It on Pinterest