Je hebt het waarschijnlijk als leerkracht al meegemaakt. Je ontvangt een verslag van een psychologische dienst over één van jouw leerlingen of je woont een overleg bij en er wordt uit de doeken gedaan dat leerling X uit jouw klas (hoog)begaafd is en nood heeft ‘aan compacten en verrijken van de leerstof’. Of je merkt zelf dat een bepaalde leerling wel erg sterk is en door de leerstof heen vliegt of heel wat leerstof al onder de knie heeft. Je wilt wel aan de behoeften van een dergelijke leerling tegemoet komen maar eigenlijk weet je niet echt goed hoe je dit moet aanpakken. Dit artikel is bedoeld om jou als leerkracht op weg te helpen. Er worden enkele concrete tips gegeven die je helpen bij het compacten en verrijken.

Wie zijn die sterke leerlingen?

Allereerst: wie wordt er bedoeld met die sterke leerlingen die nood hebben aan compacten en verrijken? Over het algemeen kan je stellen dat de leerlingen die op intelligentietesten op begaafd of zeer begaafd niveau presteren (ongeveer de top 10% presteerders op IQ-testen) nood hebben aan aanpassingen van het curriculum.  Daarnaast is de kans reëel dat er ook leerlingen in je klas zitten die voor taal en/of wiskunde uitblinken of vooruitlopen zonder dat zij uitzonderlijk hoog scoren op een intelligentietest. Ook deze leerlingen dienen uitgedaagd te worden en hebben baat bij het compacten en verrijken van de reguliere leerstof. Verder hebben ook leerlingen die uitblinken op creatief vlak baat bij deze maatregel. In de praktijk komt het er dus op neer dat er in iedere klas leerlingen zitten die nood hebben aan deze maatregel.

Wat betekent compacten en verrijken?

Compacten is het indikken van de reguliere leerstof. De leerstof wordt beperkt tot de essentie. Een verkorte instructie volstaat, het aantal opdrachten om nieuwe leerstof in te oefenen kan worden beperkt en herhalingsoefeningen kunnen (zo goed als) worden geschrapt. Doordat er een aanzienlijk gedeelte van de reguliere leerstof wordt geschrapt, komt er tijd vrij om te verrijken. Kwaliteitsvolle verrijkingsopdrachten zijn opdrachten die het hogere orde denken aanboren. Je kan als leerkracht er enerzijds voor kiezen om te verdiepen. Dit wilt zeggen dat je opdrachten voorziet die aansluiten op de reguliere leerstof. Anderzijds kan je er ook voor kiezen om te verbreden. Dit wilt zeggen dat je leerstof voorziet die niet aansluit op de reguliere leerstof, bijvoorbeeld door een cursus Italiaans aan te bieden.

Hoeveel leerstof moet je dan precies schrappen?

Je vraagt je nu misschien af hoeveel leerstof je dan precies moet schrappen en wat je dan precies mag schrappen en wat beter niet. Je bent niet de eerste leerkracht die zich dit afvraagt. Er werden daarom door het SLO (het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling in Nederland) richtlijnen opgesteld om leerkrachten hierin te ondersteunen. Deze richtlijnen geven advies in de selectie van de leerlingen voor wie het nodig is om te compacten en te verrijken en geven ook aan welke leerstof je altijd moet blijven aanbieden en wat je wel kan schrappen. Er bestaan richtlijnen voor zowel de taallessen als de rekenlessen. Houd voor ogen dat dit richtlijnen zijn. Gebruik je gezond verstand als leerkracht. Bij de ene leerling kan je meer schrappen dan bij de andere leerling. Verder is dit niet de enige manier om te compacten; er zijn er zeker ook nog andere.

Wat geef je in de plaats?

Zoals reeds hierboven aangegeven vervang je de geschrapte leerstof door verrijkingsopdrachten. Het is belangrijk dat deze het hogere orde denken aanspreken. Dit betekent dat je opdrachten voorziet die zich niet zozeer richten op het vergaren, begrijpen of toepassen van kennis. In plaats daarvan voorzie je opdrachten die de leerling stimuleren om op hoger niveau met de leerstof bezig te zijn. Je geeft hun opdrachten waardoor ze dienen te analyseren, evalueren en/of te creëren. Dit zijn de zogenaamde hogere orde denkvaardigheden van de taxonomie van Bloom. De leerstof wordt op deze manier heel wat complexer en toch kan je nog steeds aansluiten op de te behandelen leerstof. Met de taxonomie van Bloom kan je dus zelf zinvolle opdrachten verzinnen. Er is echter ook heel wat kant en klaar verrijkingsmateriaal verkrijgbaar. Hier vind je een overzicht van verrijkingsmaterialen (het overzicht is opgesteld in 2011 en bevat dus niet alle beschikbare materialen; er zijn ondertussen weer heel wat nieuwe materialen bijgekomen). Er bestaat ook een online platform met opdrachten voor sterke leerlingen, namelijk Acadin.

Enkele aandachtspunten

  • Wanneer je beslist om aan de slag te gaan met compacten en verrijken, beperk dit dan niet enkel tot die ene als hoogbegaafd gelabelde leerling. Maak (per vak) een groepje van de sterkste leerlingen uit je klas. Op die manier voorkom je dat die ene leerling in een uitzonderingspositie terecht komt en zorg je er ook voor dat zoveel mogelijk leerlingen in je klas aan hun trekken komen.
  • Als je dit artikel grondig gelezen hebt, weet je ondertussen dat compacten en verrijken hand in hand gaan. Verrijkingsmateriaal komt nooit bovenop de gewone leerstof maar wel in de plaats van de gewone leerstof. Indien je verrijkingsleerstof geeft aan sterke leerlingen wanneer ze klaar zijn met hun gewone werk, straf je hun eigenlijk aangezien ze meer moeten werken dan de andere leerlingen. Bovendien hebben deze leerlingen dit heel snel door met als gevolg dat sommigen hun tempo aanpassen waardoor ze niet meer aan de verrijkingsleerstof toekomen (en jij als leerkracht bovendien misschien gaat denken dat ze ook geen verrijking nodig hebben).
  • De verrijkingsleerstof is niet vrijblijvend maar MOET gemaakt worden. Niet alle sterke leerlingen zullen blij zijn met deze verrijking. Ze moeten immers ineens gaan nadenken en kunnen deze opdrachten niet zonder slag of stoot (en dat zijn ze vaak niet gewoon). Denk dan niet meteen dat het misschien te hoog gegrepen is voor ze. Het is juist de bedoeling dat leerlingen worstelen met deze leerstof (Begrijp je niet goed waarom? Lees dan dit artikel even over de ontwikkeling van een groeimindset).
  • Voorzie ook wat tijd voor een (korte) instructie en voor wat hulp wanneer ze vast komen te zitten. Dat doe je immers ook bij de andere leerlingen.
  • Wanneer een bepaalde leerling de verrijkingsopdrachten telkens volledig zelfstandig kan uitwerken en nooit jouw hulp nodig heeft, dan mag je best wat achterdochtig worden. Het is mogelijk een teken dat ook deze verrijkingsopdrachten niet complex genoeg zijn voor deze leerling. We willen ook de sterke leerlingen in hun zone van naaste ontwikkeling brengen. Het feit dat een leerling jou niet nodig heeft, geeft aan dat deze leerling waarschijnlijk niet in zijn zone van naaste ontwikkeling bezig is.
  • Zorg ook voor feedback op de opdrachten. Zonder feedback weet je immers niet hoe je de opdracht gemaakt hebt en kan je er niet van bijleren.
  • “Maar in de methode die ik gebruik, wordt er al verrijkingsleerstof voorzien!”. Dit zinnetje krijg ik regelmatig op besprekingen te horen. Super als dat zo is. De ervaring leert mij echter dat veel van deze zogenaamde verrijkingsopdrachten binnen de methode ontoereikend zijn. Ze zijn vaak gewoon meer van hetzelfde of op een andere manier verpakt. (Gelukkig is dit niet altijd zo; ik denk bijvoorbeeld aan Wiskanjers twist.) In ieder geval: wees voldoende kritisch en beoordeel zelf even of deze zogenaamde verrijkingsopdrachten zich ook echt richten op de hogere orde denkvaardigheden (dit geldt trouwens ook voor al het verrijkingsmateriaal dat op de markt beschikbaar is). Indien dit niet het geval is, voorzie dan iets anders.

Hopelijk heb je met deze informatie al wat meer zicht op wat compacten en verrijken precies inhoudt en heb ik je warm gemaakt om het bovenstaande ook eens in de praktijk uit te proberen. Wees niet bang om fouten te maken. Al doende leer je bij!

Wil je je als professional binnen het onderwijsveld graag wat verdiepen in het onderwerp cognitieve begaafdheid? Bekijk dan zeker ook even ons opleidingsaanbod voor professionals!

 

Pin It on Pinterest